Over Mij

Ik ben, na elf jaar werken in het bedrijfsleven, overgestapt naar een carrière als freelance journalist en als assistent veldonderzoek bij o.a. de Erasmus Universiteit Rotterdam, de Vrije Universiteit Amsterdam en de Universiteit van Amsterdam. Deze onderzoeken betroffen longitudinaal onderzoek naar de levensverwachtingen van jong volwassenen, dagbesteding en beleving van eenzaamheid bij ouderen in verzorgingshuizen en aanleunwoningen.

Door meewerken aan de wetenschappelijke onderzoeken én het schrijven van achtergrondartikelen als freelancer kreeg ik steeds meer oog voor de situaties van burgers die niet meer actief deelnamen aan de samenleving. En kreeg ik een behoorlijke ‘kijk in de keuken’ van hulpverlenende instanties.

Het is makkelijk om aan de kant te staan en de werkers in het veld kritisch te bejegenen.

In 1987 koos ik ervoor om de vierjarige deeltijd-HBO Maatschappelijk Werk aan de Hogeschool Rotterdam te doen en leren hoe om te gaan met mensen die verdwalen in een steeds ingewikkelder samenleving.

Vanaf de eerste lesdag heb ik genoten van alle vakken, praktijkstages, supervisie. Stevige boeken bestuderen en wekelijks opdrachten met medestudenten uitvoeren. Daarnaast nam ik ook deel aan medezeggenschapsraden en studentenraden om de dagelijkse gang van zaken in het hbo te bespreken. En maakte ik gebruik van studentvoorzieningen zoals het volgen van extra keuzevakken.

Voor mijn afstudeerspecialisatie in het vierde jaar koos ik voor Management en Organisatie. Daarvoor deed ik onderzoek naar en schreef ik een paper over het invoeren van projecten in instellingen, naast de reguliere taken van hulpverleners. Ik gaf aanbevelingen aan de organisatie om het team te motiveren voor de extra taken d.m.v. faciliteren en scholing.

Tot mijn blijdschap was ik de eerste deeltijdstudent die in 1991 ‘cum laude’ afstudeerde .

Mijn afstudeerscriptie ging over het verbreken van contact tussen cliënt en hulpverlener en de oorzaken daarvoor. Lag dat aan de motivatie van de cliënt, de houding van de hulpverlener of waren er andere oorzaken? Tijdens een onderzoek onder collega’s naar hun visie en diepgaande reflectie op mijn eigen beroepsmatig handelen, ontdekte ik dat de methodieken in het maatschappelijk werk de hulpverlening konden hinderen. Mijn eindconclusie was dat methodieken bij de cliënt en zijn probleem moesten passen en niet de cliënt bij de voorkeursmethodiek van de maatschappelijk werker

Mijn belangstelling voor dat onderwerp was gewekt door het boek De cliënt en zijn hulpverlener, een paar apart; een onderzoek naar de positie van de cliënt in de geestelijke gezondheidszorg van Jonna Hageman-Smit (1976), die een tevredenheidsonderzoek onder voormalige cliënten van de geestelijke gezondheidszorg deed en daarvan de resultaten in boekvorm presenteerde. Dit om na te gaan of de cliënten waren hersteld door de hulpverlening of dat het weinig uitmaakte. En de reden voor wegblijven door cliënten, ondanks afspraken.

Na het volgen van een post-hbo Beleidskunde schreef ik mij in voor de studie Maatschappijgeschiedenis aan de Erasmus Universiteit.

Ik was altijd geschiedenisliefhebber en door de studie leerde ik nog meer over de sociale ontwikkelingen in en buiten Europa. Mijn passie voor de geschiedenis voor, tijdens en na de Eerste Wereldoorlog van 1914-1918 is hierdoor aangewakkerd en inmiddels heb ik hierover veel kennis opgedaan, aan studiedagen en workshops deelgenomen en een aantal, voormalige, slagvelden in Vlaanderen en Noord-Frankrijk bezocht.

Naast een fulltime baan als algemeen maatschappelijk werker, vrijwilliger en moeder van twee kinderen die op de middelbare school zaten, stond ik voor een dilemma. De wetenschappelijke studie was interessant maar mijn werk ook. En de groei naar jong adolescentie van mijn beide kinderen wilde ik ook op de voet volgen. Zij moesten niet onder de risicogroep ‘Kinderen van gescheiden ouders’ vallen.

Na de propedeuse heb ik een studiepauze ingelast.

Inmiddels was ik van werk veranderd en ik ben een jaar leidinggevend Maatschappelijk werker geweest. Het werken aan het binnenhalen van subsidies en minder mij hard kunnen maken voor de medewerkers gaf geen voldoening.

Ik volgde een opleiding van een jaar: Leidinggeven voor Hoger Opgeleiden bij het IBW welke goed aansloot bij mijn afstudeerspecialisatie aan het HBO in 1990-1991.

Voor het ontwikkelen van een nieuw stageprogramma voor HBO-studenten Maatschappelijk Werk zocht ik contact met mijn oude hogeschool en tot mijn verrassing kreeg ik de vraag of ik wilde komen lesgeven. Die keus was niet moeilijk en van april 1998 tot juli 2016 was ik kerndocent/studieloopbaancoach bij de opleiding maatschappelijk werk. Ik deed daarnaast ook andere taken zoals dertien jaar voorzitter zijn van de PR commissie van de opleiding waar ik jaarlijks studenten wierf, opleidde en begeleidde voor de open dagen en proefstudeerdagen;  ik was vier jaar juryvoorzitter van de afstudeerpublicaties Eerstelingen en initiator van een praktijkproject Zorg om Geld dat nu nog steeds actief is in een hulpverleningsorganisatie. Tevens organiseerde ik jaarlijks de diploma-uitreiking van de opleiding en was daar de gastvrouw/dagvoorzitter voor de afstuderenden en hun gasten.  In 1999 heb ik eerstegraads lesbevoegdheid gehaald en vanaf 2004 twee jaar gestudeerd aan de Hogeschool van Amsterdam voor het behalen van mijn registratie voor het geven van Supervisie aan studenten en docenten. Daarnaast ga ik ieder jaar naar de Dag van de Coach. Ik volg studiedagen en workshops die relevant zijn voor mijn actuele bezigheden. Mijn kennis en kunde up-to-date houden vind ik belangrijk en boeiend.

Docent,supervisor en schrijver zijn,was en is mijn droombaan.